
INTERVIEW — SALMA CHEDADDI - NL
Naar aanleiding van haar solotentoonstelling Red Burn in de MCC Gallery in Marrakesh ontmoet arterie Salma Chedaddi. Ze is een schilder die een eeuwen oude blik durft omkeren door lichamen te hertekenen met een brandende tederheid.
In Red Burn doorbreekt u een lange schildertraditie. Mannelijke lichamen worden objecten van verlangen, bekeken door een vrouw. Waar komt dit gebaar vandaan?

Salma Chedaddi: Eeuwenlang stond de kunstgeschiedenis vol met vrouwen die liggend werden afgebeeld, aangeboden aan de mannelijke blik—liggend, zwijgend, vaak halfnaakt. In schilderkunst zijn ze als landschappen om te bekijken, zelden als verlangende subjecten. Ik wilde, of beter, ik voelde een noodzaak om die blik te verschuiven. Om haar om te draaien. Om het vrouwelijk verlangen op het doek tot leven te brengen. Het is een zeldzaam beeld, bijna afwezig in de hedendaagse kunst. En voor mij, als Marokkaanse vrouw uit een Arabisch-islamitische cultuur, draagt dit gebaar een grensoverschrijdende dimensie. Het gaat niet alleen om het weergeven van verlangen, maar vooral om dit te tonen vanuit een vrouwelijk perspectief. Terwijl ik vertrek vanuit een persoonlijke houding, wordt het zo ook een politieke houding. Een manier om te zeggen: deze blik bestáát, en heeft het recht om gezien te worden, en ik wil die blik creatief onderbouwen.
Uw modellen zijn mannen uit uw persoonlijke kenniskring. Hoe wordt dat gevoel van nabijheid ingebouwd in uw creatief proces?
Ik breng tijd met hen door. Het zijn vrienden, mensen dicht bij mij. We brengen een avond samen door, een gesprek, een eenvoudig moment van medeplichtigheid. Daarna fotografeer ik hen. En ik wilde absoluut vertrekken uit de realiteit om deze intimiteit nauwkeurig vast te leggen.
In een oudere serie schilderijen portretteerde ik lichamen zonder gezicht—dromerig, bijna mythologisch, als tijdloze verschijningen. Het was poëtisch, maar vreemd genoeg bleven ze afstandelijk. Zonder identiteit voelde ik geen echte aantrekking of nabijheid tot hen. Dus koos ik in de reeks Red Burn voor realisme, om dichterbij te komen, om de kijker hetzelfde gevoel van intimiteit te bieden dat ik voel met mijn modellen.
In mijn doeken draait het altijd om het overbruggen van afstand: tussen degene die kijkt en degene die bekeken wordt. Eigenlijk gaat de hele kunstgeschiedenis hierover. Ik probeer er een bijna tastbare schilderkunst van te maken, waarbij de blik een streling wordt, het is als aanraken.

In uw schilderijen zien we een contrast tussen zeer realistische delen en andere delen die vager zijn, alsof ze oplossen in de verf.
Ja, sommige fragmenten zijn bijna fotografisch, terwijl andere slechts schetsen zijn, enkel vlakken, vegen of druppels. Het creëert een gevoel van focus—misschien omdat ik uit de filmwereld kom. Het gezicht is vaak scherp, de rest wordt een verschijning, een soort vage schaduw.
Die transparante vlakken, penseelstreken, druppels—voor mij zijn dat gebaren van tederheid. Een manier om het gevoel van aanraking, van streling over te brengen. Het zijn sensuele schilderijen, maar met een zachte, zwijgzame sensualiteit.
En ik wilde ook een beeld van mannelijkheid tonen dat ontsnapt aan een viriele performance. Deze mannen zijn niet vrouwelijk; ze zijn gewoon op een andere manier mannelijk: zonder machismo, zonder hardheid. In een tijdperk waarin het discours wars is van toxische mannelijkheid wil ik ons eraan herinneren dat ook tederheid mogelijk is. Ik hou van mannen, en ik voel geen schaamte of aarzeling om dat te zeggen, het te tonen, het te schilderen.
Rood domineert de tentoonstelling. Waarom dit gloeiende palet?
Het is niet één rood, maar een verzameling van rood, oranje en roze. Het zijn de kleuren van verlangen, van oorlog, van bloed, van geweld. Maar ik wilde er iets anders in zien: een nachtelijke warmte, een zachte gloed.
Red Burn roept een soort stempel op, die zonlicht—of de huid van een ander—achterlaat na blootstelling. Als een soort afdruk. Maar een afdruk van wat? Liefde, zonlicht, schilderkunst, kunstgeschiedenis? Misschien van alles tegelijk. Iets wat het lichaam verder meedraagt, iets vreemds.
De fluorescerende pigmenten, of het elektrisch rood, die kleuren komen ook uit de nieuwe hedendaagse wereld. Door de evolutie in beeldschermen krijgen onze beelden een eigentijdse verzadiging. Ook bijvoorbeeld door het kunstlicht dat ons omringt. Ik wilde ze toe-eigenen, en naar de schilderkunst brengen, omdat ze deel uitmaken van mijn visueel landschap.
In elk doek zitten ook kleine aanwijzingen naar het nu: een tatoeage, een Adidas-short, een Cartier-ring, een sigaret. Het zijn tekenen van onze tijd, sporen van de realiteit. Ze bevestigen dat deze mannen bestaan: nu, op dit moment, vandaag. En juist binnen deze realiteit ontstaat de intimiteit die ik wil tonen.

U presenteert dit werk in Marrakesh, als onderdeel van de 1-54 Contemporary African Art Fair. Hoe ervaart u uw aanwezigheid?
Het voelt alsof ik op de juiste plaats ben op het juiste moment. Ik ben vrouw, Afrikaans, Arabisch-islamitisch. Maar ik wilde geen “evidente Marokkaansheid” performen of promoten, ik wilde geen beeld produceren dat overeenkomt met wat het Westen van ons wil zien.
De sterkte van deze kunstbeurs is dat het een andere geschiedenis laat schrijven. Een geschiedenis waarbij Afrikaanse kunst niet langer aan de zijlijn toekijkt, maar centraal staat. Waar we een manier van denken kunnen formuleren die van ons is, gebaseerd op onze zorgen, verlangens, tegenstellingen.
Het is tijd om uit het oriëntalistische keurslijf te stappen. Om de beelden te verschuiven. Om te tonen dat wij niet zijn wat van ons wordt verwacht.
Zo ben ik erg trots hier te exposeren, in MCC Gallery, naast kunstenaars zoals Sanae Araqas. In haar werk zit er ook een onderzoek naar intimiteit en kleur die me diep raakt. Samen maken we deel uit van een mondiale kunstpraktijk, en misschien is dat het ware doel van schilderkunst: verbindingen, blikken en een gedeelde warme gloed creëren.
Red Burn nog tot 30 maart in de MCC Gallery, Marrakesh, Marokko
Niko Goffin © 2026
Written for artmag.org