
1-54 Marrakesh - tussen traditie en toekomst
Op de Africa Contemporary Art Fair 1-54 lijken de termen dekolonisatie en deconstructie nog veel te bepalen. Maar hoe meer die woorden opduiken, hoe sterker het gevoel dat ze een verkoopargument zijn. Of het nu gaat om Afrikaanse kunst aan de rand van de wereld, Marokkaanse kunst met een pre-islamitisch narratief, of werken uit het hart van het continent: vaak sluipt een dosis folklore binnen, vermomd als modern traditionalisme.

In het Casablanca van de jaren 1960 bood een bevrijdende moderniteit uitkomst. Officieel hadden de Fransen hun protectoraat in 1956 opgegeven, maar de invloed van de Franse elite bleef voelbaar. Enkele in Europa opgeleide Marokkaanse kunstenaars besloten dat het tijd was voor verandering. Onder leiding van Farid Belkahi ontstond een postkoloniale avant-garde: moderne abstracte kunst, vermengd met Berber- en Arabische tradities, werd vanuit de academie naar de openbare ruimte verplaatst.
Vandaag brengt AA Gallery een hommage aan Karim Benanni, een van de sleutelfiguren. Het biedt een waardige terugblik op een artistieke hernieuwingsdrang. De vraag blijft echter in hoeverre dit beeld aansluit bij de hedendaagse realiteit, of het eerder een nostalgie weerspiegelt die voor het Westers verlangen zeer herkenbaar is.
Is dit werkelijk de kunst die Afrika vandaag wil tonen?
Een jongere generatie kunstenaars zet het onderzoek naar geheugen en identiteit op een andere manier voort. Hasnae El Ouarga van NIL Gallery neemt een nieuwe stap in de zoektocht naar het eigen verleden. Haar werk herdenkt het geheugen en zoekt naar wat verloren ging. Ze gebruikt een fotografische druktechniek uit de 19de eeuw — cyanotypie — herkenbaar aan de diepblauwe tinten. Natuur en kunstmatigheid vermengen zich tot een afdruk van een onzichtbaar geheugen. Haar werk overstijgt de erfenis van Arabische en Berbercultuur en verankert de geest van de materie zelf. Het resultaat is sterk, intens en poëtisch.


Ook bij andere kunstenaars op de fair duikt het thema van herinnering op. Het werk Explosion uit de reeks Topographie de l’oubli van Nissrine Seffar verkent sporen van het verleden. De kunstenaar vangt zichtbare en onzichtbare gevolgen van ingrijpende gebeurtenissen. Met dit werk ondervraagt ze de genius loci van Knokke, een badplaats aan de Belgische kust. Ze mengt zeewater met sporen van herinneringen aan de Eerste Wereldoorlog en geeft zo vorm aan een mystieke zoektocht naar duurzaamheid en evenwicht.
Afrikaanse kunstenaars en diasporakunstenaars zoeken vaak naar een alternatief voor de opgedrongen koloniale kunstgeschiedenis. Het zich toe-eigenen van traditioneel vlechtwerk, rotstekeningen uit het Tassili-massief, patronen van de Ashanti of kleurrijke waxprints werkt daarbij bijzonder krachtig. Soms lijkt het echter een manier om het pijnlijke verleden zichtbaar te maken voor een blik die ernaar verlangt.
“Firanja! Tua maxima culpa”
het mag geroepen, geschilderd en gebeiteld worden.

Roméo Mivekannin (Cécile Fakhoury Gallery) gaat hier subtiel mee aan de slag. Hij prepareert oude lakens met voodoo-elixirs, waardoor zijn doeken een nostalgische sepia-tint krijgen. Zo verbindt hij de spirituele tradities van zijn geboorteland met de gekende euronarcistische zoektocht naar authenticiteit. Het levert een sluwe esthetiek op die het oriëntalisme heroriënteert.
De Art Fair 1-54 brengt kunst in alle uithoeken van Marrakesh. Nabij Djemaa el Fna presenteert DaDa Marrakech de expo In Between Blues door curator Roger Karera. Het is een meeslepende verkenning van de kleur blauw — haar geschiedenis, materialiteit en symbolische betekenis. Via beeldhouwwerk, installaties, textiel en design onderzoekt de expo blauw als een ruimte van herinnering, identiteit, beweging en transformatie.
De tentoonstelling mondt uit in een projectie door de Brits-Nigeriaanse kunstenaar Yinka Shonibare. Het werk stelt vragen rond identiteit en non-identiteit, vertelt de curator, en wil tonen wat vaak met identiteit wordt verbonden, maar er geen deel van uitmaakt. We zien een diva in een barokke omgeving die de aria Addio del Passato zingt uit La Traviata. Ze is gekleed in typische Afrikaanse stoffen, maar die waxprints worden in Indonesië gemaakt. Ze zijn niet Afrikaans, maar werden door Europese kolonisten in Afrika geïntroduceerd. Ben je dus wie je bent, of wie men zegt dat je bent?

Tien kilometer verder, in de industriële zone Sidi Ghanem, vinden we Galerie MCC. Daar loopt onder meer de solo Red Burn van Salma Chedaddi. Deze jonge kunstenaar waagt zich aan een omkering van de male gaze. Geschilderde mannen worden getoond in hun kwetsbaarheid, met een rode, tedere gloed die nazindert.

Al eeuwen zien we in de kunstgeschiedenis halfnaakte vrouwen die worden blootgesteld aan de mannelijke blik. Ik wil de vrouwelijke versie van deze blik vastleggen. Deze blik bestaat en mag gezien worden, en als Afrikaanse vrouw met een Arabische achtergrond wil ik haar inschrijven in de schilderkunst, klinkt Chedaddi strijdvaardig.
De dans met de westerse blik is er één van aantrekken en afstoten.
Het kunstaanbod uit de 54 Afrikaanse landen — en de diaspora — brandt in de actualiteit. De dans met de westerse blik is er één van aantrekken en afstoten. De Art Fair toont dat Afrikaanse kunst niets meer moet bewijzen om legitiem te zijn. Misschien is het tipping point bereikt: niet omdat de vragen verdwenen zijn, maar omdat ze niet langer om legitimiteit draaien. Kunst hoeft zich hier niet meer te verantwoorden, maar kan haar eigen antwoorden de wereld insturen.
Niko Goffin © 2026
Written for artmag.org